« Terug naar kennisbank

Muggenonderzoek De Baarsjes



In opdracht van Gemeente Amsterdam, Stadsdeel West, onderzocht Buro Regen&Water in 2018 en 2019 de hardnekkige muggenoverlast in de Jan Maijenbuurt in De Baarsjes, waar bewoners soms tientallen muggen per nacht moesten doodslaan. Via locatiebezoeken aan twaalf woningen, diepte-interviews met experts zoals Waternet, de GGD, het KCAF en het KAD, en historisch gebiedsonderzoek brachten wij de mogelijke oorzaken in kaart. Op deze pagina lichten we de belangrijkste bevindingen uit de eindrapportage toe: van de vorming van de veenbodem tot de concrete situatie onder twaalf woningen, en van expertadvies tot de vervolgstappen die het stadsdeel inmiddels heeft gezet.

Aanleiding: een muggenplaag die al jaren speelt

De aanleiding voor het onderzoek lag bij de bewoners zelf. Rond het Mercatorplein, de Vespuccistraat en de James Cookstraat meldden bewoners tijdens een informatieavond dat zij 's nachts soms 20 tot 50 muggen moesten doodslaan. Omdat het probleem zich grotendeels binnenshuis en onder de vloer afspeelt — op privéterrein dus — kreeg Buro Regen&Water in het voorjaar van 2018 opdracht van stadsdeel West om via een casestudy te achterhalen waar de muggen vandaan komen en wat daaraan te doen is.

Het onderzoek bestond uit twee fasen. In fase 1 verzamelden wij data: ervaringen en tellingen van bewoners, interviews met expertgroepen als de GGD, woningcorporatie Rochdale, Waternet en de afdeling Toezicht & Handhaving van de gemeente, locatiebezoeken aan woningen, en historisch onderzoek in het Stadsarchief Amsterdam. In fase 2 is deze data geanalyseerd door uitspraken van experts en bewoners naast elkaar te leggen en historisch kaartmateriaal over de huidige situatie heen te projecteren. Bewoners zijn actief betrokken via bewonersavonden en een Facebookgroep, al bleef de respons via die kanalen kleiner dan gehoopt — iets wat volgens het onderzoek mede te maken kan hebben met seizoensinvloeden, verhuizingen en grootschalige renovaties die het muggenprobleem soms ongemerkt al hebben opgelost.

De bodem onder De Baarsjes: waarom juist hier?

De oorzaak van de overlast ligt voor een belangrijk deel in de ondergrond. De Jan Maijenbuurt maakt deel uit van Plan West, een uitbreidingsplan voor Amsterdam uit 1922 op grondgebied dat destijds bij de gemeente Sloten hoorde. Sloten hanteerde niet het Amsterdamse ophogingspeil: het gebied is opgehoogd tot 50–70 centimeter boven NAP, en dan nog vooral ter hoogte van de straten. De bouwblokken zelf, met de tuinen ertussen, liggen aanzienlijk lager dan de straatzijde. Bij hevige regen stroomt water daardoor letterlijk naar het laagste punt: onder de woningen.

Onder die opgehoogde laag zit laagveen, gevormd uit resten van waterplanten in een verlandingsproces dat na de laatste ijstijd op gang kwam. Veen heeft een aantal eigenschappen die de muggenproblematiek verklaren. Bij droogte klinkt het in en verliest het zijn sponswerking; wordt het daarna weer natter, dan neemt het water niet meer goed op en blijft het als plas op het veen staan. Precies zulke plassen, dieper onder de fundering, vormen een uitstekende broedplaats voor larven. Boringen in het onderzoeksgebied laten deze opbouw duidelijk zien: opgebracht zand, veen, zeeklei, basisveen en pas op enkele meters diepte de eerste zandlaag.

De funderingen uit de bouwperiode 1920–1940, met houten palen en betonopzetters, zijn hierop afgestemd: de paalkoppen moeten permanent onder water staan om houtrot en bacterie- of schimmelaantasting te voorkomen. Dat is meteen het bouwkundige dilemma: het vocht dat de fundering beschermt, is tegelijk het broedwater voor muggen. Het eigenlijke probleem ontstaat pas wanneer dat water niet meer beheerst binnen de fundering blijft, maar via scheuren, gaten in de bodemafsluiter of een lekkende riolering de kruipruimte in kan sijpelen of onder de woning kan blijven staan.

Wat twaalf locatiebezoeken lieten zien

Oorspronkelijk zou 1% van de woningen in het blok worden onderzocht, zeven adressen. Uiteindelijk zijn er twaalf woningen bezocht — zowel begane grondwoningen als etagewoningen — onder meer omdat woningcorporatie Rochdale op dat moment enkele woningen behandelde tegen zwam en houtrot, waardoor de kruipruimte toegankelijk was. Elke woning is beoordeeld aan de hand van een uitgebreide checklist over ventilatieroosters, hemelwaterafvoer, de staat van de bodemafsluiter, de kruipruimte en de riolering.

Op alle bezochte adressen zijn muggen aangetroffen, al viel het aantal tijdens de bezoeken zelf vaak mee. Bewoners bleken in de loop der jaren zelf allerlei maatregelen te hebben genomen: horren voor ramen en ventilatieroosters, het afkitten van vloerranden, het volledig afsluiten van ventilatieopeningen, slapen onder een klamboe, geurkaarsen en zelfs het wegzuigen van muggen met een stofzuiger. Dat bewoners zich zo hebben aangepast, verklaart deels waarom de respons op oproepen om input minder groot was dan verwacht.

Het meest sprekende bewijs kwam van een woning waar tijdens het onderzoek toevallig herstelwerkzaamheden aan de houten balklaag plaatsvonden. Onder een laag spinnenweb en stof zat een klein gat in de bodemafsluiter, ter hoogte van de rioolaansluiting. Zodra dat gat zichtbaar werd, nam de muggenoverlast in de woning merkbaar toe; na het (eerst provisorisch, later definitief) dichten van het gat nam de overlast weer significant af — ook bij de buren. Bij dezelfde woningen bleek de verzakking bovendien groter dan verwacht: waar Amsterdam gemiddeld zo'n 3 mm per jaar inklinkt (cumulatief circa 285 mm sinds de bouw in 1928), lag het peil onder beschadigde bodemafsluiters 580 tot 675 mm lager, en onder afsluiters waar ook water werd aangetroffen zelfs 480 tot 500 mm. De temperatuur in die ruimte blijft het hele jaar tussen 12 en 16 °C, vorstvrij dus — ideaal voor muggenlarven.

Ook de eerdere ervaring van een bewoner uit de Jan Maijenstraat (aangekocht in 2001) illustreert dit patroon. Na een lekkage in 2013 bleek er onder de kruipruimtevloer een waterlaag van ongeveer een halve meter te staan, veroorzaakt door een grote scheur in de vloer. Pas nadat alle scheuren gedicht waren met piepschuim en purschuim, extra isolatiechips waren aangebracht en de bewoner zelf alle kieren in de topvloer had gekit, verdween de muggenoverlast vanuit de kruipruimte.

Wat de experts zeggen

Voor het onderzoek zijn meerdere kennisinstituten en instanties geraadpleegd, elk vanuit hun eigen rol.

Waternet wijst erop dat een te hoge grondwaterstand kelders, kruipruimtes en tuinen nat of vochtig maakt, veroorzaakt door hevige regen, een gebrekkige afvoer van regenwater of lekkende leidingen in de grond. Op eigen terrein is de huiseigenaar hier zelf verantwoordelijk voor: denk aan het waterdicht maken van ondergrondse ruimtes, het controleren van de huisaansluiting op het riool en het aanleggen van drainage. In de openbare ruimte ligt die verantwoordelijkheid bij Waternet en het stadsdeel.

GGD Amsterdam bevestigt dat het om de gewone steekmug (Culex pipiens) gaat, een soort die overlast geeft maar op dit moment geen erkend gevaar voor de volksgezondheid vormt — en waarvoor dus ook geen officiële overlastnorm bestaat. Omdat de hele levenscyclus van deze mug in stilstaand water plaatsvindt, is de aanpak volgens de GGD eenduidig: spoor de waterbron op en los deze bouwkundig op. Muggen functioneren daarmee als signaal dat er ergens iets mis is met de staat van het huis, vergelijkbaar met hoe vliegende houtwormkevers op houtaantasting wijzen.

Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) licht de levenscyclus verder toe: bij zomertemperaturen duurt de ontwikkeling van ei tot volwassen mug gemiddeld één tot twee weken, en een vrouwtje legt in één keer een pakket van 100 of meer eieren op het wateroppervlak. Deze snelle voortplantingscyclus verklaart waarom een klein, verborgen gat in de bodemafsluiter al snel tot een merkbare populatie kan leiden.

Het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) plaatst de problematiek in een bredere context: sinds de droge zomer van 2018 groeide het aantal meldingen van funderingsschade landelijk van enkele per week naar op sommige momenten tientallen per dag. Droogte laat houten paalkoppen sneller wegrotten wanneer de grondwaterstand daalt. Op basis van de eigen risicocriteria van het KCAF — een slappe bodem en een bouwjaar vóór 1970 — valt ook De Baarsjes binnen een erkend risicogebied voor funderingsschade.

Een geraadpleegde vochtbestrijdingsexpert (Johannes Hoogenraad) benadrukt dat insecticiden hooguit een tijdelijke oplossing bieden en bovendien risico's met zich meebrengen voor andere dieren en mensen. Een structurele oplossing zit in bronbestrijding: het afdichten van de kruipruimtebak en het herstellen van doorvoeringen voor kabels en leidingen, eventueel aangevuld met bodemisolatie. Materialen als schelpen, EPS-chips, Argexkorrels of bims kunnen plasvorming voorkomen; met name lichte, drijvende materialen zoals EPS-chips hebben als voordeel dat zij, anders dan zwaardere schelpen, geen extra verzakking van de veenbodem veroorzaken.

Conclusies: begane grondwoningen en buitenruimte

Voor de begane grondwoningen concludeert het onderzoek dat de meeste bezochte kruipruimtes over het algemeen droog waren; vocht hoopte zich vrijwel alleen op waar de bodemafsluiter beschadigd was. Advies is om bij regulier onderhoud aan de begane grondvloer standaard de bodemafsluiter, de riolering en de ventilatieroosters te inspecteren. Waar de bodemafsluiter is aangetast, adviseren wij herstel of vervanging, gecombineerd met isolatie (bijvoorbeeld een schelpenlaag of een folie die bodemcondens tegenhoudt). Bijzondere aandacht verdient de liggende rioolleiding: in een aantal woningen ligt deze onder in plaats van boven de bodemafsluiter, waardoor hij niet te inspecteren of te onderhouden is en een verborgen bron van organisch materiaal — en dus van muggen — kan vormen.

Voor de buitenruimte valt op dat ventilatieroosters aan de achterzijde van woningen vaak ontbreken of buiten werking zijn gesteld, bijvoorbeeld door tuinmeubilair. Omdat de hemelwaterafvoeren van het blok grotendeels op het regenwaterriool zijn aangesloten, kan de recente vervanging van rioolbuizen door kunststof (dat, anders dan de oudere poreuze buizen, geen water meer doorlaat) juist bijdragen aan een nattere bodem eromheen. Over de tuinen zelf kon niet worden vastgesteld dat zij structureel drassig zijn, ondanks het feit dat zij duidelijk lager liggen dan de straat; hiervoor is nader onderzoek nodig, bijvoorbeeld in aansluiting op het bestaande grondwateronderzoek van Waternet.

Aanbevelingen en vervolgstappen

De belangrijkste aanbeveling is simpel maar ingrijpend: inspecteer de bodemafsluiter en de riolering altijd vóórdat onderhoud aan de begane grondvloer wordt uitgevoerd, in plaats van hier pas naar te kijken als er al overlast is. Daarnaast adviseren wij:

Naar aanleiding van dit onderzoek zijn twee concrete vervolgacties in gang gezet. Ten eerste werkt het stadsdeel aan een uniforme klachtenafhandeling: meldingen worden voortaan via een eenduidig protocol opgepakt, ongeacht of ze binnenkomen bij de GGD, Waternet, de verhuurder of de gemeente. Huurders die een bouwtechnisch gebrek melden, moeten de eigenaar hiervan schriftelijk op de hoogte stellen en een redelijke termijn geven (doorgaans zes weken) om dit te verhelpen; blijft actie uit, dan kan het stadsdeel via Handhaving Bouw- en Gebruik overgaan tot een aanschrijving en eventueel een dwangsom. Ten tweede wordt er een praktische handleiding voor bewoners ontwikkeld, met de eerste maatregelen die zij zelf kunnen nemen en een duidelijk stappenplan voor het moment waarop een professional nodig is.

Veelgestelde vragen

Welke muggensoort veroorzaakte de overlast in De Baarsjes?
Het gaat om de gewone steekmug (Culex pipiens). Deze soort ontwikkelt zich volledig in stilstaand water en kan zich, in een vorstvrije en vochtige kruipruimte, het hele jaar door voortplanten. Er geldt geen officiële overlastnorm voor deze soort, omdat zij geen bekend risico voor de volksgezondheid vormt in Nederland.
Wat is de belangrijkste oorzaak van muggenoverlast onder woningen?
Vrijwel altijd stilstaand, vorstvrij water onder de begane grondvloer: door een beschadigde bodemafsluiter, een lekkende of verzakte rioolaansluiting, of een combinatie daarvan. De veenbodem van het gebied houdt water bovendien lang vast, waardoor plassen onder de fundering kunnen blijven staan.
Helpt het dichtmaken van een gat in de bodemafsluiter echt?
Ja. Tijdens het onderzoek is dit direct getoetst op een van de locaties: zodra een gat in de bodemafsluiter open lag nam de muggenpopulatie in de woning duidelijk toe, en na herstel nam deze weer significant af. Ook bij buren van dat adres verminderde de overlast.
Wat kan een bewoner zelf doen tegen muggenoverlast?
Kortetermijnmaatregelen zoals horren voor ramen en ventilatieroosters, het afkitten van kieren bij de plint en het regelmatig schoonmaken van roosters helpen om muggen buiten te houden. Een structurele oplossing vraagt echter om bouwkundig herstel van de bodemafsluiter en riolering, en dat valt onder het reguliere onderhoud van de woning.
Wie is verantwoordelijk voor het oplossen van grondwater- en rioleringsproblemen?
Op eigen terrein is de huiseigenaar zelf verantwoordelijk voor de aansluiting op het riool, de tuin en het grondwater in en om de woning. Waternet is verantwoordelijk voor riolering en grondwater in de openbare ruimte, en het stadsdeel voor de openbare weg. Bij huurwoningen kan de bewoner de eigenaar schriftelijk aanspreken en, als dat niet werkt, de huurcommissie of de gemeentelijke handhaving inschakelen.
Is de muggenoverlast typerend voor De Baarsjes, of komt dit vaker voor?
De onderliggende problematiek — een slecht doorlatende veenbodem, funderingen uit het interbellum en verouderde riolering — is niet uniek voor dit onderzoeksgebied. Landelijk opererende experts, zoals de geraadpleegde vochtbestrijdingsspecialist, herkennen vergelijkbare situaties door het hele land. De resultaten en adviezen uit dit onderzoek zijn daarom breder toepasbaar dan alleen op de Jan Maijenbuurt.

Het volledige rapport

Wilt u alle bevindingen, locatiebezoeken, expertinterviews en aanbevelingen in detail lezen? Download dan de volledige eindrapportage: Eindrapportage Muggenonderzoek De Baarsjes Amsterdam (PDF).

Herkent u dit in uw eigen wijk of woningvoorraad?

De combinatie van een veenbodem, een verouderde fundering en verborgen leidingwerk speelt in veel Amsterdamse en Noord-Hollandse wijken van vóór 1970. Wij denken graag mee over een gestructureerde aanpak van vochtklachten, muggenoverlast of funderingsonderzoek in uw wijk of vastgoedportefeuille. Neem contact met ons op via onderstaand formulier of bel direct met 020-7865694.

Get in touch

Wilt u partner worden? Heeft u een vraag of juist een leuk idee, neem dan contact op met ons!

Bel ons op 020-7865694